Momenteel is er aan de Vlaamse kust nog altijd geen enkele zeesleper ter beschikking. Om het dossier in een stroomversnelling te krijgen, stuurde West-Vlaams gouverneur Carl Decaluwé begin deze maand opnieuw een brief naar de betrokken kabinetten. Dat blijkt uit zijn antwoord op een schriftelijke vraag van provincieraadslid Kurt Himpe.
“We liggen aan één van de drukste vaarroutes ter wereld en een zeesleper is meer dan noodzakelijk. Zo blijkt dat er sinds 2019 niet één, maar wel drie incidenten waren waarbij de inzet van zo’n schip noodzakelijk was, maar niet kon ingegrepen worden”, zegt provincieraadslid Kurt Himpe.
“Franse of Nederlandse zeeslepers zijn in noodsituatie niet ter beschikking, want dan hebben ze die zelf nodig”
“In 2022 vond het laatste incident plaats tijdens de storm Eunice waarbij een aantal schepen in de problemen kwamen in de Noordzee. De tanker Maersk Nimbus met 30.000 ton brandbare lading aan boord moest op amper 60 meter afstand van een windmolen voor anker gaan. Omdat de tanker in een noodsituatie verkeerde, werd de provinciale fase van het ANIP Noordzee afgekondigd”, aldus Kurt Himpe. “De Nederlandse Rijkswaterstaat werd gevraagd om te assisteren met een van hun noodzeeslepers, maar ze hadden die zelf nodig. Een aantal ondernemingen werd toen gepolst om bij te springen, omdat ze een vaartuig in de buurt hadden, maar dan moet eerst de nodige administratie in orde gebracht worden. Zo gaat cruciale tijd verloren.
“Bij storm moet de zeesleper eigenlijk al in zee aanwezig zijn, om snel te kunnen ingrijpen als er een noodsituatie is”, aldus Himpe.
“Onder de koepel van de Kustwacht werd een werkgroep Emergency Response Towing Vessel (ERTV) opgericht. Er werd een nota, een kostenraming en een ontwerpbestek opgemaakt, maar het dossier liep vast op de budgettering”, verduidelijkt Himpe. De gouverneur wil met zijn schrijven de budgettering nu opnieuw in een stroomversnelling brengen.
