Kurt Himpe
Schepen & Provincieraadslid N-VA
  Startpagina
  Curriculum
  Agenda
|    
  Gemeenteraad
  Provincieraad
  Bevoegdheden
|    
  Verwijzingen
  Verkiezingen
  Publicaties
|    

 

     
  Contact stadhuis:
  Korenmarkt 10 | 8870 Izegem
  051- 33.73.00 | 0486- 63.46.13

  kurt.himpe@izegem.be 

 
  Contact privé: 
  Baronstraat 4 | 8870 Izegem
  0486- 63.46.13
  kurt.himpe@n-va.be
     
     
     

 

 

Publicatie

 

Persmededelingen

Persoverzicht

 

Over maatschappelijke verbondenheid en politieke versnippering. Enkele bedenkingen.

Psychologos

December 2006 - Jaargang 21 - Nummer 4

De gemeenteraadsverkiezingen en provincieraadsverkiezingen van 8 oktober zijn pas achter de rug, de federale verkiezingen staan voor de deur. Maar of het nu handelt om de verkiezing van de gemeenteraad, het regionale, federale of Europese parlement, telkens is de opdracht van de politieke partijen te herleiden tot één doel: proberen om de kiezer te overtuigen. Intussen blijkt dat de maatschappelijke verbondenheid tussen de politieke partijen en de kiezers kleiner is geworden. En dat werkte de politieke versnippering in de hand. Enkele bedenkingen.

Naar een algemene tactiek van manipulatie?

Dat politieke partijen voor het overtuigen van de kiezer heel wat financiële middelen veil hebben, is geen geheim. Reclameadviseurs staan de partijen met raad en daad bij met de manipulatie van de kiezer als belangrijke taak. Daarover verscheen een interessant artikel in Psychologie Magazine (november 2006 – “Verkiezingspolitiek. Zo wordt u gemanipuleerd”), waarin de tactiek van enkele Nederlandse politici als Pim Fortuyn, Wouter Bos (PVDA) en Rita Verdonck (VVD) uitgebeend wordt: inspelen op angst, zich profileren als eenzame uitzondering… Inderdaad: ook in Vlaanderen kennen we partijen en politici die dezelfde tactiek hanteren. En dan duikt uiteraard ook de vraag op of we hier ook dezelfde kant opgaan als de Verenigde Staten en Engeland, waar spin doctors de touwtjes in handen hebben. Denken we maar aan het recente voorbeeld van voorzitter Bart Somers, die reclamespecialist Noël Slangen in de VLD binnenhaalde om de partij opnieuw op het goede spoor te zetten.

De rol van de politieke partijen

De rol van de politieke partijen is langzamerhand gewijzigd. Vroeger mobiliseerden politieke partijen kiezers rond conflicten en op basis van hun ideologische overtuigingen. Tussen de partijen en hun kiezers was er een maatschappelijke verbondenheid. De laatste tijd mobiliseerden de politieke partijen meer voor hun tweede rol: regeren en dus steun zoeken bij de kiezer voor hun beleid dat aan de hele bevolking kan opgelegd worden.

Daardoor vervaagde de maatschappelijke verbondenheid. Partijen profileerden zich minder en minder als ledenbeweging. Deze evolutie was en is minder merkbaar bij de verzuilde politieke partijen zoals sp.a en CD&V. Maar in het algemeen kunnen we stellen dat het dagelijkse partijleven inderdaad uitsterft: afdelingsfeesten, uitstapjes… worden niet meer met de regelmaat van een klok georganiseerd. In de gevallen dat het wel nog plaatsvindt, is het eerder een kans om extra financiële middelen binnen te halen dan een gelegenheid om de politieke partij tussen de mensen te brengen. Politicoloog Kris Deschouwer stelde in 2003: “Hoewel alle politieke partijen in de samenleving ontstonden, zijn het nu gespecialiseerde, goed voorbereide en georganiseerde bestuurders geworden die zich uit de samenleving hebben teruggetrokken.” (Democratie als filosofisch vraagstuk, 2003).

Nochtans hebben de toonaangevende opinie- en belangengroepen hun invloed de laatste decennia geconsolideerd. Via de traditionele politieke partijen oefenden ze een grote invloed uit op het parlement en de regering. Zo werden de sociale bewegingen van nabij betrokken bij het sociaal-economisch en het algemeen regeringsbeleid dat van de jaren ’60 tot en met de jaren ’80 overwegend bepaald werd door de christen-democraten en de socialisten. Het gezamenlijke optreden van de vakbonden en ziekenfondsen vergrootte nog het gewicht in de overlegeconomie en in de sector van de sociale zekerheid.

Het verzuilde bestel hield toen nog stand tegen een aantal krachten in. Maar onder invloed van de toenemende mobiliteit, de invloed van de nieuwe media, de vorderende secularisatie en een grotere openheid kwam het tot een gedeeltelijke politieke ontzuiling. Dit werkte ook het ontstaan van een aantal nieuwe partijen in de hand. Zo werd de Volksunie de eerste pluralistische partij. In 1961 nam de liberale partij afstand van het antiklerikalisme, werd omgevormd tot de PVV, de Partij voor Vrijheid en Vooruitgang. Vanaf dat ogenblik werden kiezers van de CVP afgesnoept.

De ontzuiling werd trouwens veel gemakkelijker gerealiseerd in de burgerlijke kringen dan in de arbeidersbeweging. Daardoor zwermden de katholieke kiezers naar een groot aantal partijen. De geloofsfactor speelde steeds minder een rol in het kiesgedrag. Maar in het politieke leven bleef die factor wel op de achtergrond. Er werd gewaakt over de instandhouding van de bereikte levensbeschouwelijke compromissen. Ook in morele kwesties die op de politieke agenda kwamen, zoals de abortusproblematiek en recenter het euthanasiedebat, behield de religieuze factor zijn rol.

In Vlaanderen trad dus een ontzuiling van de kiezers op, maar dit leidde merkwaardig genoeg veel minder dan in Nederland tot een ontzuiling van het organisatiewezen en van het staatsbestel. De verzuilde organisaties hebben hun bevoorrechte band met politieke partijen behouden. Ze wisten een deel van hun leden aan zich te binden, door een aanpassing van hun ideologie en door de efficiëntie van de dienstverlening. In het algemeen is het zo dat de zuilorganisaties in België stand hielden door hun verstrengeling met het staatsapparaat, hun dienstverlening en hun sociaal nut.

Politieke versnippering

Zoals eerder gesteld: de gedeeltelijke politieke ontzuiling werkte het ontstaan van een aantal nieuwe partijen in de hand. Als de traditionele partijen blind bleken te zijn voor nieuwe problemen waar de burgers mee geconfronteerd werden, kregen de nieuwe partijen een kans om op het politieke toneel te verschijnen, met een wisselend electoraal succes. De communisten, Rossem, WOW en andere partijen kwamen en gingen…

De regering – Verhofstadt I voerde een kiesdrempel in om de werking van de democratie efficiënter te maken. Zo werden de kansen van kleine en nieuwe partijen om effectief te zetelen in een regionaal of federaal parlement gefnuikt. Bij het invoeren van de kiesdrempel kunnen echter een reeks vraagtekens geplaatst worden. Handelt het daadwerkelijk om een voornemen de democratie efficiënter te maken of is het veeleer een poging om de beleidsdeelname van bepaalde traditionele partijen te beschermen? Wat met de continue zelfreflectie van de samenleving, de openheid voor nieuwe ideeën?

De kleinere partijen vonden via de kartelvorming intussen een middel om de kiesdrempel te overwinnen. Alle traditionele partijen zagen er een kans in om de eigen positie te verstevigen in het politieke landschap en zo ontstonden de grote kartels CD&V en N-VA, sp.a en spirit, VLD en Vivant.

Of dit een bescherming biedt voor de ideologische en programmatorische inhoud van de kleine partijen zal de toekomst moeten uitwijzen.

Kurt Himpe (kurt.himpe@n-va.be) is nationaal partijbestuurslid van de Nieuw-Vlaamse Alliantie, gemeenteraadslid in Izegem en politiek ondervoorzitter van de Izegemse N-VA. Beroepshalve is hij coördinator aan het Izegemse Vrij Technisch Instituut.