Kurt Himpe
Schepen & Provincieraadslid N-VA
  Startpagina
  Curriculum
  Agenda
|    
  Gemeenteraad
  Provincieraad
  Bevoegdheden
|    
  Verwijzingen
  Verkiezingen
  Publicaties
|    

 

     
  Contact stadhuis:
  Korenmarkt 10 | 8870 Izegem
  051- 33.73.00 | 0486- 63.46.13

  kurt.himpe@izegem.be 

 
  Contact privé: 
  Baronstraat 4 | 8870 Izegem
  0486- 63.46.13
  kurt.himpe@n-va.be
     
     
     

 

 

Publicatie

 

Persmededelingen

Persoverzicht

 

Het geval Sarre. Monseigneur Waffelaert en het Vlaams-nationalisme

Wij (Vlaams-nationaal weekblad), Meervoud, Ten Mandere

Juli 1997, oktober 1997, april 1998

Op 2 juli 1927 meldde het plaatselijke Izegemse blad De Mandelbode: “Wij vernemen dat op bevel der bisschoppelijke toezichtcommissie van het katholiek lager onderwijs, een onderwijzer uit zijn ambt ontslagen is [...]“. Het ontslag van Frans Sarre leidde, zelfs tot ver buiten Izegem, tot een heftige reactie vanuit Vlaams-nationalistische hoek en ging de geschiedenis in als “het geval Sarre”. Frans Sarre overleed 10 jaar geleden op 86-jarige leeftijd.

Waarom werd Frans Sarre in 1927 ontslagen? Een terugblik op de gebeurtenissen.

Frans Sarre: onderwijzer en Vlaams-nationalist

Frans Sarre werd op 13 november 1901 in Izegem geboren. Hij studeerde voor onderwijzer in Torhout en behaalde daarna nog een diploma van brancardier. Met cursussen van de Gentse universiteit studeerde de autodidact Sarre pedagogie. Vanaf 1 augustus 1921 werd Sarre onderwijzer in de Izegemse Heilig Hartschool. Het werd zijn eerste en laatste lesopdracht.

Frans Sarre was al vroeg actief in het Vlaams-nationalisme. Na de Eerste Wereldoorlog werd hij voorzitter van de Izegemse studentengilde Vlaamsch en Vroom, die vanaf toen onder de invloed van het Vlaams-nationalisme stond. In 1924 richtte Odiel Spruytte, een vlaamsgezinde priester,  een studiebond voor jongeren op. Ook daarin speelde Frans Sarre een rol. Hij was ook medewerker aan Het Vlaamsche Land, een weekblad dat van 1919 tot 1926 verscheen. Nadien publiceerde hij in Jong Dietschland, dat eigenlijk de opvolger was van Het Vlaamsche Land, maar dat politiek duidelijk meer nationalistisch was. Sarre trad tot het Verdinaso toe, maar weigerde Joris Van Severen in zijn “nieuwe marsrichting” te volgen. Daarom vervoegde hij de rangen van het Izegems Katholiek Vlaamsch Nationaal Verbond (KVNV). Sarre werd tijdens het interbellum een van de hoofdfiguren van het Izegemse Vlaams Huis.

Het ontslag: verloop en reacties

Op zondag 26 juni 1927 werd Sarre bij de pastoor van de Izegemse Heilig Hartparochie geroepen, die hem een brief van de toenmalige bisschop Waffelaert voorlegde. In deze brief stonden drie eisen: hij moest “1) openlijk zijn Vlaams-nationale gedachte intrekken; 2) zich afscheuren van de partij der katholieke Vlaams-nationalisten; 3) zijn naam doen schrappen van de lijst der medewerkers van Jong Dietschland”.

Volgens de Vlaams-nationalistische versie werd Sarre voor de keuze gesteld: de eisen aannemen of uit de school gezet worden. Volgens diezelfde versie vroeg Sarre uitstel om de zaak te kunnen bekijken. Maar hij werd, zonder een antwoord te krijgen op zijn vraag, ontslagen. De katholieke versie hield het bij de vaststelling dat Sarre zich niet aan de bisschoppelijke voorschriften wilde onderwerpen en daarom de school moest verlaten. Frans Sarre werd officieel op 29 juli 1927 als onderwijzer ontslagen.

De achtergrond van het ontslag: Monseigneur Waffelaert

De redenen voor het ontslag en de reacties van de Vlaams-nationalisten en de katholieken moeten in een ruimer kader gezien worden. Volgens de geraadpleegde bronnen en de afgenomen interviews speelde Mgr. Waffelaert daarin een belangrijke rol.

Mgr. Waffelaert hield vast aan de traditie, die in het bisdom Brugge meer uitgesproken was dan elders, dat de bisschop het katholieke leven in handen hield. Hij had schrik voor alles wat een verzwakking voor de katholieken kon betekenen. Tijdens het interbellum was hij vooral beducht voor degenen die de partij-eenheid bedreigden en daartoe behoorden de Vlaams-nationalisten. Hij verweet ze dat ze de katholieke eendracht verbraken en zo in de kaarten van de socialisten speelden.

De houding van Mgr. Waffelaert leidde tot een gespannen verhouding met de Vlaamse beweging, een spanning die resulteerde in de “beruchte” veroordeling van het Vlaams-nationalisme gericht aan de geestelijken, gevolgd door een scherpe veroordeling op het einde van een vastenbrief op 1 februari 1927, deze keer ook aan de gelovigen gericht: “[...] houden Wij eraan opnieuw te verklaren dat Wij de nationalistische politiek afkeuren en veroordelen, en namelijk het zoogezegd vlaamsch nationalisme, in den zin van den brief der Bisschoppen van België op 11 October 1925. Wij verbieden op strenge wijze alle dagbladen en schriften, die deze dwalingen verdedigen, te lezen of te verspreiden [...]”.

De verwijzing naar de dagbladen en schriften slaat op De West-Vlaming, Vlaanderen, De Schelde en Jong Dietschland. Frans Sarre bleef na deze twee vermaningen aan “veroordeelde” tijdschriften mee-werken, ook toen na de tweede veroordeling aan alle onderwijzers in de vrije onderwijsinstellingen schriftelijke onderwerping aan de bisschoppelijke voorschriften geëist werd op straffe van ontslag. Het was trouwens niet alleen verboden Vlaams-nationalistische kranten en tijdschriften te lezen, ook studiedagen bijwonen werd verboden, waarbij opnieuw gedreigd werd met ontslag.

Izegem als Vlaams-nationalistische kern

Mgr. Waffelaert moet de gebeurtenissen in Izegem argwanend gevolgd hebben. In die stad was voor het eerst in zijn bisdom een christelijke arbeidersbeweging gescheurd, meer bepaald onder invloed van Odiel Spruytte. Dat gebeurde in 1925 en leidde tot een verzwakking van de katholieke partij in Izegem. Deze partij behield bij de gemeenteraadsverkiezingen van 1926 de meer-derheid, maar verloor wel drie zetels (zie tabel 1).

Jaar

Kath.

Soc.

Midden-stand

Vl. Nat.

Com.

1921

1926

1932

10

7

9

2

2

3

1

2

3

-

2

-

-

-

0

 Tabel 1 - Verdeling zetels (Izegemse gemeenteraadsverkiezingen)

In 1925 waren er nationale verkiezingen geweest en die hadden ook al tot een verzwakking van de katholieke partij geleid. Toen behaalden de Vlaams-nationalisten een winst van twee zetels en ongeveer 25.000 stemmen, hoofdzakelijk ten nadele van de katholieken (zie tabel 2). Bij die verkiezingen verloren de katholieken het overwicht en hadden de socialisten evenveel verkozenen. In twee jaar tijd was de katholieke partij verzwakt uit de verkiezingen gekomen en ging het de Vlaams-nationalisten voor de wind. En hoedde Monseigneur Waffelaert zich niet voor een verzwakking van de katholieke partij?

Jaar

Kath

Lib

Soc

Com

Vl. Nat

Rex

An-dere

To-taal

1919

1921

1925

1929

1932

1936

1939

73

80

78

76

79

63

73

34

33

23

28

24

23

33

70

68

78

70

73

70

64

-

-

2

1

3

9

9

5

4

6

11

8

16

17

-

-

-

-

-

21

4

4

1

-

1

-

-

2

186

186

187

187

187

202

202

 Tabel 2 - Verdeling Kamerzetels (nationale verkiezingen)

Deze samenloop van omstandigheden leidde ons inziens dan ook tot de (on)rechtstreekse tussenkomst van Mgr. Waffelaert in het geval Sarre. Door het ontslag van een onderwijzer zou opnieuw een voorbeeld gesteld worden. Zo hoopte de bisschop waarschijnlijk een dam op te werpen tegen de groeiende steun (onder andere ook binnen de Kerk) voor de Vlaams-nationalisten en op een recuperatie van degenen die voor de nationalisten gestemd hadden in plaats van voor de katholieken.

Geen alleenstaand geval

Het ontslag van Frans Sarre als onderwijzer was zeker geen alleenstaand geval. Buiten Izegem vonden we ook voorbeelden van onderwijzers die ontslagen werden omwille van hun Vlaams-nationale sympathieën. In de Antwerpse Vlaams-nationalistische krant De Schelde vonden we de melding van het ontslag van een Brugse onderwijzeres, mevrouw Devroe-Puype. Haar man gaf een brochurenreeks Branding uit, waarin opstellen uit Jong Dietschland werden opgenomen.

In een pamflet dat de Izegemse Vlaams-nationalisten in 1930 verspreidden met als titel “sectarisme” - neiging tot sekten - stond te lezen: “Wij hebben het geval Sarre, Claeys en Devos. Drie voorbeeldige onderwijzers die [...] werden weggeschopt omdat ze niet deelzaam waren in de mening der staatskatholieke partijleiders”. Rudolf Claeys was onderwijzer in Watou, Devos was afkomstig uit Menen.

 

               Zijn Vlaanderen bleef hem altijd lief,

               al bleek dat Vlaanderen soms zo klein!

               Nooit deed hij water in zijn wijn

               maar klaarde als hij ‘t glas ophief!

 

               Zijn blik, zijn boek, zijn horizon,

               verruimden ruim de mens.

               Hij vloog en voer van grens tot grens

               en leerde nauw al wat maar kon.

 

               Een levenlang was ‘t baar na baar,

               vol ups en downs, omhoog, omlaag,

               de wereld rond, één open vraag:

               wat is er echt, wat is er waar?

 

               En toen de boot voorgoed vertrok,

               vertrok die boot naar d’Overkant...

               een man keek heel alleen, de klok

               toen wist dat hij voorgoed vertrok...

 

               En is Frans Sarre hier vandaan,

               die “Vlaamse Leeuw” zal nooit vergaan!

                                                        P.F.