Kurt Himpe
Schepen & Provincieraadslid N-VA
  Startpagina
  Curriculum
  Agenda
|    
  Gemeenteraad
  Provincieraad
  Bevoegdheden
|    
  Verwijzingen
  Verkiezingen
  Publicaties
|    

 

     
  Contact stadhuis:
  Korenmarkt 10 | 8870 Izegem
  051- 33.73.00 | 0486- 63.46.13

  kurt.himpe@izegem.be 

 
  Contact privé: 
  Baronstraat 4 | 8870 Izegem
  0486- 63.46.13
  kurt.himpe@n-va.be
     
     
     

 

 

Publicatie

 

Persmededelingen

Persoverzicht

 

De Verbindingsspoorweg der Vaartkaai (1922-2008)

Ten Mandere

Maart 2008

Dat de economische ontwikkeling van een stad nauw verbonden is met de ontsluiting ervan, is overduidelijk. De initiatieven voor de ontsluiting van Izegem kwamen echter niet alleen van de overheid, ook de Izegemse bedrijfsleiders namen het heft in handen.

Izegem kreeg – naast enkele steenwegen zoals de Gentse Heerweg – een eerste belangrijke ontsluiting door de aanleg van de spoorlijn Brugge-Kortrijk. De aanleg gebeurde van 1845 tot 1847. Op zondag 9 mei 1847 werd het traject Brugge-Izegem-Ingelmunster feestelijk geopend.

De aanleg van het kanaal Roeselare-Leie was een tweede belangrijke stap. Vanaf 1863 werd de Mandelbeek gekanaliseerd en in 1871 werd het kanaal officieel opengesteld.

Dat het eerste Izegemse industrieterrein aangelegd werd tussen de spoorweg en het kanaal Roeselare-Leie is dan ook geen toeval. Via deze twee belangrijke verkeersassen konden de grondstoffen en de afgewerkte producten gemakkelijk vervoerd worden. Toch was het na de opening van de spoorverbinding tussen Brugge en Kortrijk wachten tot 1883-1884 vooraleer er een eerste goederenstation werd gebouwd in Izegem ter hoogte van de huidige Stationsstraat. Omstreeks de eeuwwisseling was het gebouw al veel te klein geworden en kort voor de Eerste Wereldoorlog kwam er een nieuw goederenstation aan het Baertshof.  

Raccordement Industriel du quai du Canal à Iseghem

Terwijl heel wat van de initiatieven tot ontsluiting van overheidswege uitgevoerd werden, groeide bij lokale ondernemers en handelaars het besef dat bijkomende investeringen nodig waren. Op 15 februari 1922 werd de samenwerkende vennootschap “Raccordement Industriel du quai du Canal à Iseghem” opgericht. De vennootschap wilde een spoorverbinding tot stand brengen en uitbaten vanaf het Izegemse goederenstation tot aan de industrieterreinen en de handelskaai van het kanaal.

De stichters-aandeelhouders waren de NV Oliefabrieken Vandemoortele (vertegenwoordigd door twee beheerders, namelijk Adhémar en Edgar Vandemoortele uit Izegem), NV Spinnerij van het kanaal (gelegen in Aalst maar vertegenwoordigd door August Van Beneden die in Izegem woonde), vennootschap Verstraete (vertegenwoordigd door Eugène Verstraete uit de Bruggestraat in Izegem), Georges Van Wtberghe (industrieel uit de Nieuwstraat 30 in Izegem), J. & J. Verstraete Gebroeders (vertegenwoordigd door de twee aandeelhouders Jules Verstraete en Jozef Verstraete), mevrouw Van de Walle (handelaarster uit de Marktstraat 46 in Izegem), Maurice Verstraete (handelaar uit de Marktstraat 46 in Izegem), Achille Dupont (fabrikant uit de Albertlaan 577).

De vennootschap werd opgericht voor een termijn van 30 jaar en in zitting van 9 november 1922 keurde het college van burgemeester en schepenen een machtiging goed voor het “plaatsen van eenen spoorbaan, langs de vaart van Rousselare naar Leye”.

Door de aanleg van een spoorverbinding die aansloot op de spoorlijn Brugge-Kortrijk en die liep tot aan de bedrijven langs de handelskaai van het kanaal (de huidige Zuidkaai) werd het transport van grondstoffen en afgewerkte producten vergemakkelijkt.

Aandeelhouders komen en gaan

Veel van de aandeelhouders die betrokken werden bij de oprichting van de verbindingsspoorweg der Vaartkaai traden in de loop van de jaren uit de samenwerkende vennootschap. Op het bedrijventerrein “Zuidkaai” vestigden zich immers nieuwe bedrijven en door de uitbouw van nieuwe bedrijventerreinen in Izegem was er soms een herlokalisatie van bedrijven waardoor de band met het verbindingsspoor wegviel.

In 1974 was de lijst van de vennoten als volgt samengesteld: Vandemoortele, Sabbe-Dubaere, Verstraete, Oswald Maes, Vande Avenne, Talpe, Carlier, veevoeders Lammertyn-Coucke en NV Texis. Uit de documenten van de algemene vergadering in 1985 blijkt dat het aantal aandeelhouders gedaald was tot acht: Vandemoortele, Sabbe-Dubaere, Verstraete, Oswald Maes, Vanden Avenne, Talpe, Carlier en Vamo Mills.

In 2007 waren Vandemoortele, Veroutiz, Sabbe-Dubaere, Vanden Avenne en Carlier nog vennoten. De maatschappelijke zetel van de vennootschap is in de Prins Albertlaan 12 (Vandemoortele).

Dure investeringen

Na de aanleg van de spoorverbinding van het goederenstation naar het industrieterrein langs het kanaal Roeselare-Leie werden vaak uitbreidings- en herstelwerken uitgevoerd. Het handelde niet alleen om werken aan de aansluiting van het spoor op de spoorlijn Brugge-Kortrijk. De goederenwagons werden soms op de hoofdverbinding geplaatst, maar heel wat bedrijven hadden een onderaansluiting op het spoor. Zo beschikten in 1953 vier bedrijven over een onderaansluiting, met name Textile d’Izegem (onderaansluiting werd in 1959 buiten gebruik gesteld), Vandemoortele, Verstraete en Texaco. Deze onderaansluitingen en zijsporen werden vaak aangepast of vernieuwd. De NV Vandemoortele deed dit onder andere in 1957 en 1971.

In 1986 vond een van de laatste grote aanpassingswerken plaats. Toen werd de spoorweglijn op de Zuidkaai door Vamo Mills uitgebreid.

Uit het archief van de vennootschap blijkt dat de kosten voor het onderhoud en de instandhouding van de spoorverbinding zeer hoog waren. De eisen van de NMBS waren dan ook zeer hoog en in heel wat briefwisseling tussen de vennootschap en de NMBS komt de vraag om het spoor te herstellen dan ook vaak terug.

De kostprijs van de investeringen in de spoorverbinding en de zware concurrentie van het vrachtwagenvervoer zorgen ervoor dat het aantal goederentreinen dat gebruik maakte van de spoorlijn sterk daalde. In 2001 was er een laatste spooractiviteit en ook de NMBS zag nog weinig graten in nieuwe investeringen.  

Stadsbestuur zegt machtiging op

In zitting van het college van burgemeester en schepenen op 12 april 2005 werd beslist om de machtiging voor het plaatsen van een spoor langs het kanaal Roeselare-Leie op te zeggen, omdat het spoor in onbruik is en de oorzaak was van verschillende ongevallen. Het stadsbestuur liet de samenwerkende vennootschap Verbindingsspoor der Vaartkaai per aangetekende brief weten dat het spoor ten laatste op 30 juni 2007 moet verwijderd zijn. Het spoor zal effectief in 2008 opgebroken worden doordat Aquafin er werken zal uitvoeren.

Daardoor eindigt na 86 jaar de activiteit op de spoorverbinding langs het kanaal Roeselare-Leie de facto.