Kurt Himpe
N-VA - schepen stad Izegem
  Startpagina
  Curriculum
  Agenda
|    
  Gemeenteraad
  Provincieraad
  Bevoegdheden
|    
  Verwijzingen
  Verkiezingen
  Publicaties
|    

 

     
  Contact stadhuis:
  Korenmarkt 10 | 8870 Izegem
  051- 33.73.00 | 0486- 63.46.13

  kurt.himpe@izegem.be 

 
  Contact privé: 
  Baronstraat 4 | 8870 Izegem
  0486- 63.46.13
  kurt.himpe@n-va.be
     
     
     

 

 

Actueel

 

Persmededelingen

Persoverzicht

 

Subsidie zet Izegemse stoommachine letterlijk opnieuw in beweging

6 november 2019

Naar aanleiding van een projectoproep van de Stichting Monumentenstrijd slepen de Izegemse Stoomvrienden een subsidie binnen voor het herstel van enkele belangrijke onderdelen van de stoommachine in de voormalige elektriciteitscentrale.

De grootst bewaarde stoommachine van het land staat in Izegem. “Op het einde van de 19de eeuw liet het stadsbestuur een eigen centrale bouwen die Izegem moest voorzien van stroom. De inhuldiging vond plaats in 1901. Maar ook daarna bleven de Izegemse ingenieurs niet stilzitten. De installatie werd gestaag uitgebouwd en in 1936 kwam er een nieuwe stoommachine bij, een kolos van 110 ton”, zegt conservator Hilde Colpaert.

“Momenteel is één van de belangrijkste onderdelen van de stoommachine inactief”

“De tandem compound-stoommachine werd in 1966 voor de laatste keer gebruikt. Daarna stond ze bijna drie decennia stil. In 1991 zette het stadsbestuur samen met Stoomstichting Vlaanderen de eerste stappen om de machine officieel in ere te herstellen en een publiekswerking te organiseren. In 1993 installeerde NV Handsaeme Machinery een elektrische motor die de machine weer kon laten draaien op een heel laag toerental om op die manier de werking te demonstreren. Omdat bepaalde onderdelen van de machine na lange jaren stilstand vastgelopen waren, liep er bij de eerste inwerkingstelling echter iets verkeerd”, aldus schepen van Erfgoed en Musea Kurt Himpe (N-VA). “In de machine steekt onder andere een systeem van vier uitlaatkleppen. Die kleppen worden aangedreven via excentriekstangen met scharnierhefbomen die de kleppen open of dicht zetten naarmate de fase van het proces. Toen de machine voor de eerste keer weer in gang gezet werd, zat één van de lagedrukkleppen na bijna dertig jaar van inactiviteit muurvast in zijn cilinder. De scharnierhefboom probeerde de klep te verschuiven, maar die kwam onder een enorme druk te staan omdat de klep geblokkeerd zat. Uiteindelijk brak de scharnierhefboom af. De bewuste klep kon daarna snel weer losgewrikt worden. Maar ook de twééde lagedrukklep zat geblokkeerd. Na het euvel met de eerste klep, werd beslist om de scharnierhefbom meteen los te koppelen om een herhaling van het scenario te vermijden”.

“Tot op de heden is deze situatie niet veranderd. Concreet kan de elektromotor de stoommachine dus wel laten draaien, maar de kleppen bewegen niet mee. Eigenlijk is één van de belangrijkste onderdelen van de machine inactief”, verduidelijkt schepen Himpe.

“Meerwaarde voor de bezoekers”

“In het kader van dit dossier willen de Stoomvrienden daar nu verandering in brengen”, zegt een trotse Eddy Stragier van de Izegemse Stoomvrienden. “We willen de excentriekstangen opnieuw in gietijzer laten maken waardoor opnieuw een aantal delen kunnen bewegen. Maar daarnaast zullen we ook zorgen voor belichting en spiegels in de stoommachine waardoor de beweging in de machine zichtbaar zal worden voor de bezoekers. Doordat de cilinder en de bewegende onderdelen al tientallen jaren stil staan, moet ook het smerend circuit in orde gebracht worden.”

“Een huzarenwerk dat klaar zal zijn tegen oktober 2020”, zegt Eddy Stragier. “Een vijftal vrijwilligers van de groep Stoomvrienden zullen de handen uit de mouwen steken om dit helemaal klaar te spelen.”

“Een onafhankelijke jury van experten inzake erfgoed en vrijwilligerswerk analyseerde 26 dossiers en het project dat door de Vrienden van de Izegemse Musea (VIM) ingediend werd, eindigde bij de acht laureaten. Daardoor kan er naast de financiering door de VIM ongeveer 6.500 euro geïnvesteerd worden in het prachtig industrieel erfgoed en daar zijn we bijzonder trots op”, besluit Eddy Stragier.